Diploma-eisen Age 2

Twee figuren zijn verplicht, de Overslag achterover en de Bruinvis spin down 360°. De overige twee figuren worden op donderdag voor de wedstrijd geloot.

Op Youtube staan de figuren van de diploma's ook: Figuren Age 2

Voor het Age 2-diploma moeten er 45.000 punten behaald worden voor vier van onderstaande figuren.

Voor de Synchro Beat, Nederlandse Kampioenschappen, zijn de limieten:
- geboren in 1996 en 1997: 49.000 punten
- geboren in 1998 en 1999: 47.000 punten


VERPLICHT:

1. Overslag achterover (moeilijkheidsfactor: 2.0)
Een dolfijn wordt ingezet. Terwijl heupen, benen en voeten zich langs de waterspiegel blijven bewegen, wordt de rug verder hol getrokken tot oppervlakteboog. Eén been beschrijft een boog van 180º over de waterspiegel tot spagaathouding. Eindigen met overslag achterover.

2. Bruinvis spin down 360° (moeilijkheidsfactor: 2.1)
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. De benen worden omhoog gebracht tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan in een neerwaartse schroef met een rotatie van 360°.


GROEP 1

3. Reiger (moeilijkheidsfactor: 2.1)
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gedeeltelijke salto voorover gehoekt uitgevoerd tot dubbel balletbeenhouding onder water. Eén been gaat naar een gebogen kniehouding met het onderbeen parallel aan de waterspiegel en het verticale been midden tussen knie en tenen, terwijl de romp zich naar dit been beweegt. Een thrust wordt uitgevoerd tot verticaal gebogen kniehouding waarbij de voet van het gebogen been gelijktijdig met het omhoog gaan zich naar de binnenzijde van het verticale been beweegt. Eindigen met verticaal ondergaan in gebogen kniehouding in hetzelfde tempo als de rest van het figuur vóór de thrust.
4. Kiep halve draai (moeilijkheidsfactor: 2.2)
Vanuit een gestrekte ligging op de rug wordt een gedeeltelijke salto achter gehurkt uitgevoerd, totdat de onderbenen loodrecht op de waterspiegel staan. De romp wordt afgerold, terwijl de benen worden gestrekt, tot verticale houding midden tussen de voormalige verticale lijn door de heupen en die door het hoofd en onderbenen. Een halve draai (180°) wordt uitgevoerd. Eindigen met verticaal ondergaan.


GROEP 2

3. Albatros (moeilijkheidsfactor: 2.2)
Een dolfijn wordt ingezet totdat de heupen bijna ondergaan. De heupen, benen en voeten gaan in een doorgaande beweging langs de waterspiegel terwijl het lichaam naar het gezicht rolt om een gehoekte houding voorover aan te nemen. De benen gaan gelijktijdig omhoog naar verticaal gebogen kniehouding. Een halve draai wordt uitgevoerd. Het gebogen been wordt gestrekt tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.

4. Contra Catalina (moeilijkheidsfactor: 2.1)
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén been wordt omhoog gebracht naar kraanhouding. Een contra catalina wordt uitgevoerd tot balletbeenhouding aan de waterspiegel. Van balletbeen naar gestrekte ligging op de rug.


GROEP 3

3. Barracuda spin down 180° (moeilijkheidsfactor: 2.1)
Vanuit een gestrekte ligging op de rug worden de benen omhoog gebracht tot verticaal terwijl het lichaam onder water gaat naar een gehoekte houding achterover met de tenen net onder de waterspiegel. Een thrust wordt uitgevoerd tot verticale houding. Eindigen met een neerwaartse schroef van 180° in hetzelfde tempo als de thrust.

4. Flamingo Gebogen Knie (moeilijkheidsfactor: 2.4)
Een flamingo wordt uitgevoerd tot flamingohouding aan de waterspiegel. Met het balletbeen in de verticale stand worden de heupen omhoog gebracht, terwijl de romp afrolt, wordt tegelijkertijd het gebogen been verder ingetrokken tot verticaal gebogen knie houding. Het gebogen been wordt aangesloten tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.


Terug naar 'diploma-eisen synchroonzwemmen'