Diploma-eisen SeniorenElementen voor limieten 2010-2013. Voor een diploma zijn 53.000 punten vereist. Filmpjes van de elementen staan ook online: elementen uit solo, duet en ploeg
GROEP 1:
1. Element A uit solo nr. 1 (moeilijkheidsfactor: 3.3)
Vanuit een gehoekte houding voorover wordt een hele draai uitgevoerd, terwijl de gestrekte benen omhoog worden gebracht tot verticale houding. In dezelfde richting wordt een hele draai uitgevoerd gevolgd door een continuous spin van 1440° (4 draaien)
Element B uit ploeg nr. 2 (moeilijkheidsfactor: 2.3)
Een thrust wordt uitgevoerd tot verticale houding; de maximale hoogte handhavend wordt een twirl uitgevoerd terwijl één been wordt gebogen tot verticaal gebogen knie houding. Verticaal ondergaan terwijl het gebogen been wordt gestrekt. De benen zijn aangesloten als de enkels onder water gaan in hetzelfde tempo als de thrust. Eindigen met verticaal ondergaan.
Element C uit duet nr. 5 (moeilijkheidsfactor: 2.9)
Terwijl een zwaluwstaarthouding wordt gehandhaafd worden drie snelle hele draaien uitgevoerd op maximale hoogte. Het horizontale been wordt aangesloten tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.
Element D uit solo nr. 4 (moeilijkheidsfactor: 2.9)
Met een gestrekt been naar de balletbeenhouding wordt fig. 116 – een catalina overslag uitgevoerd met een verplichte beweging richting hoofd, terwijl het balletbeen wordt aangenomen.
GROEP 2:
Element E uit duet nr. 8 (moeilijkheidsfactor: 2.2)
Thrust gevolgd door een snelle 360° spin down. Eindigen met verticaal ondergaan.
Element F uit ploeg nr. 6 (moeilijkheidsfactor: 2.9)
Vanuit een gehoekte houding voorover, worden de benen zoals in de bruinvis omhoog gebracht tot verticale houding. Een hele draai wordt uitgevoerd, waarna de benen symmetrisch naar beneden worden gebracht tot spagaathouding. Eindigen met de overslag voorover.
Element G uit solo nr. 2 (moeilijkheidsfactor: 3.1)
Een Rocket split wordt uitgevoerd tot een airborne split houding, vanuit een maximum hoogte wordt het voorste been omhoog gebracht terwijl het achterste been naar een verticaal gebogen knie houding wordt gebracht. Het verticale been wordt naar beneden gebracht tot de waterspiegel, terwijl het gebogen been naar voren beweegt om een airborne split houding aan te nemen. De benen worden symmetrisch gesloten tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.
Element H uit ploeg nr. 3 (moeilijkheidsfactor: 2.9)
Een Nova wordt uitgevoerd tot de oppervlakteboog gebogen knie houding; de benen worden gelijktijdig opgetild tot verticale houding terwijl het gebogen been wordt gestrekt. Een continuous spin van 1080° (3 draaien) wordt uitgevoerd tot de hielen de waterspiegel bereiken, zonder onder te gaan, gevolgd door een snelle spin up 180° tot verticale houding. Verticaal ondergaan in hetzelfde tempo als de spin up 180°.
GROEP 3:
Element I uit solo nr. 6 (moeilijkheidsfactor: 3.2)
fig. 307e - Vliegende vis spin down 360° wordt uitgevoerd.
Element J uit duet nr. 1 (moeilijkheidsfactor: 3.3)
Fig. 240c – Albatros twirl wordt uitgevoerd tot de twirl is voltooid, hierna gevolgd door een continuous spin van 1440° (4 draaien)
Element K, uit ploeg nr 7 (moeilijkheidsfactor: 2.6)
Een rocket split wordt uitgevoerd tot een airborne split houding, de maximale hoogte handhavend worden de benen omhoog gebracht tot verticale houding terwijl een twirl wordt uitgevoerd. Snel verticaal ondergaan.
Element L uit duet nr. 2 (moeilijkheidsfactor: 2.5)
Vanuit de gestrekte ligging op de rug wordt een voortbewegende balletbeen-combinatie te beginnen met een gestrekt been naar de balletbeenhouding. Het horizontale been wordt opgetild tot een dubbel balletbeen houding. In deze houding wordt een draai van 360° uitgevoerd, het eerste been wordt neergelegd tot balletbeenhouding. Hierna wordt het tweede been neergelegd tot gestrekte ligging op de rug. De benen blijven gestrekt gedurende het hele element.
GROEP 4:
Element M uit duet nr. 7 (moeilijkheidsfactor: 2.3)
Vanuit een spagaathouding wordt een halve draai uitgevoerd terwijl de benen symmetrisch worden gesloten tot een verticale houding, gevolgd door een halve draai in dezelfde richting. Hierna wordt er een twirl in de tegenovergestelde richting uitgevoerd; gevolgd door een continous spin van 1080° (3 draaien) in dezelfde richting als de halve draai. De halve draai, twirl en continous spin worden uitgevoerd in een verticale houding.
Element N (moeilijkheidsfactor: 2.8)
Figuur 336 – Gaviata open 180º.
Element O uit duet nr. 3 (moeilijkheidsfactor: 3.4)
Rocket split - een thrust naar verticale houding, gevolgd door twee snelle wisselende airborne split houdingen en sluiten naar een verticale houding op maximale hoogte. Verticaal ondergaan.
Element P uit solo nr. 5 (moeilijkheidsfactor: 3.0)
Een combined spin wordt uitgevoerd. Een spin down van 1080° ( 3 draaien) wordt uitgevoerd, zonder pauze gevolgd door een gelijke opwaartse schroef in dezelfde richting.
Terug naar 'diploma-eisen synchroonzwemmen'